Volgende week: VS en VK zetten tanden in inflatiecijfers

De aandacht gaat deze week uit naar de inflatie. Bovenaan de agenda staan de CPI-rapporten, waaruit de inflatiecijfers van twee belangrijke wereldeconomieën duidelijk zullen worden. Hoewel beide landen zich op dezelfde weg bevinden, zijn er belangrijke verschillen tussen de inflatiegegevens van de VS en die van het VK. Volgende week zullen we meer weten.

De Amerikaanse consumentenprijsindex is de belangrijkste publicatie van de week. Nu de afbouw van steunprogramma’s in de komende maanden op de agenda staat, zal de Fed de CPI-cijfers van dinsdag ongetwijfeld nauwlettend in de gaten houden – net als de rest van de markt.

Nadat in juli een CPI-inflatie van 5,4 procent werd genoteerd, de hoogste inflatie in dertien jaar tijd, zullen marktwatchers hopen dat het ergste voorbij is. Er zijn inderdaad enkele aanwijzingen die doen vermoeden dat dit het geval is.

De kern-CPI steeg in juli op jaarbasis met bijvoorbeeld 4,3 procent, vergeleken met een stijging van 4,5 procent in juni.

Dezelfde afnames werden geobserveerd in andere belangrijke gebieden.

De prijzen van auto’s en vrachtwagens, een factor die in belangrijke mate bijdroeg aan de hoge inflatie in de VS, stegen in juli bijvoorbeeld met 0,2 procent, vergeleken met 10,2 procent in juni.

Als we de volatiele levensmiddelen- en energiecomponenten buiten beschouwing laten, dan zien we dat de CPI in juli met 0,3 procent steeg, nadat er in juni nog sprake was van een stijging van 0,9 procent. Het was de kleinste stijging in vier maanden tijd en de eerste afname van de zogenaamde kern-CPI sinds februari.

De tekenen zijn er dus, maar nu de zwakkere banengroei de VS uit de buurt houdt van diverse monetaire doelstellingen, is het CPI-rapport van deze week dubbel zo belangrijk. De markten zijn de inflatie blijven incalculeren; er zijn geen concrete aanwijzingen dat de Fed de huidige hoge prijzen als anders dan van tijdelijke aard beschouwt.

Wat we deze week met de CPI-gegevens in het oog moeten houden, zijn meer meetbare dalingen op maandbasis om dit te onderbouwen.

Interessant is dat de retailverkopen in de VS in juli sneller zijn gedaald dan verwacht, mogelijk als gevolg van de hogere prijzen van consumptiegoederen. Donderdag zullen weten we hoe de Amerikaanse detailhandel zich in augustus heeft ontwikkeld.

Behalve de hoge prijzen, kopen consumenten over het algemeen ook minder consumptiegoederen. In plaats daarvan gaat hun interesse uit naar diensten en ervaringen.

Logisch, als we de situatie analyseren: miljoenen Amerikanen hebben de afgelopen achttien maanden thuis gezeten. Nu de lockdowns langzaamaan verdwijnen in de VS, kunnen we ervan uitgaan dat consumenten minder interesse hebben in de aanschaf van consumptiegoederen maar juist naar buiten willen gaan en weer van het leven willen genieten.

Ook andere aspecten, zoals problemen in de toeleveringsketens die de beschikbaarheid van producten beïnvloeden, spelen mee bij deze daling. Met name de autoverkoop heeft geleden door een wereldwijd tekort aan computerchips, die een integrerend onderdeel vormen van de moderne voertuigproductie.

De totale verkoop nam in juli met 1,1 procent af. Er zijn echter een aantal redenen om optimistisch te blijven over de Amerikaanse detailhandel. Vergeleken met vóór de pandemie zijn de detailhandelsverkopen namelijk 17,2 procent hoger. Ook de inkomens van de huishoudens stijgen, wat tot betere cijfers kan leiden; als de inflatie echter langer aanhoudt dan verwacht, kunnen we op maandbasis dalingen blijven verwachten.

Op inflatiegebied verwachten we deze week ook de CPI-gegevens uit het Verenigd Koninkrijk. Inflatie, een belastingverhoging en tragere groei zijn geen ideale ingrediënten voor een gezonde Britse economie, maar de publicatie van deze week vormt desondanks de achtergrond voor de voorgestelde belastingverhoging van Rishi Sunak.

De cijfers van juli waren voor sommigen een verrassing. De CPI-inflatie bedroeg 2,0 procent in de twaalf maanden voorafgaand aan juli, waarmee voor het eerst de inflatiedoelstelling van de Bank of England weer werd gehaald. Voor context: de verwachting was 2,3 procent. De CPI-inflatie in juni werd gemeten op 2,5 procent.

Hoewel de BoE tevreden zal zijn dat de inflatie in juli was afgenomen, moeten men voorzichtig zijn bij het trekken van conclusies.

Er zijn signalen dat er nog geen sprake is van consolidatie van de CPI-inflatie rond het niveau van 2,0 procent. De input- en outputkosten van de productie stegen in juli bijvoorbeeld aanzienlijk, met respectievelijk 9,9 procent en 4,3 procent.

De opportunistische leden van het monetaire beleidscomité van de BoE zullen snel de rente willen verhogen als de inflatie niet van tijdelijke aard blijkt te zijn.

Michael Saunders, lid van het comité, zei onlangs dat “als de economie blijft herstellen en de inflatie van langdurige aard is, het een goed idee is om te denken aan het verhogen van de rentetarieven vanaf volgend jaar. Dat is echter geen belofte, en hangt af van de economische situatie.”

We zullen zien waar de Britse CPI-cijfers voor augustus deze week op zullen duiden.

Belangrijke economische data

Date  Time (GMT+1)  Asset  Event 
Tue 14-Sep  1.30pm  USD  CPI m/m 
  1.30pm  USD  Core CPI m/m 
       
Wed 15-Sep  7.00am  GBP  CPI y/y 
  1.30pm  CAD  CPI m/m 
  3.30pm  OIL  US Crude Oil Inventories 
  11.45pm  NZD  GDP q/q 
       
Thu 16-Sep  2.30am  AUD  Employment Change 
  2.30am  AUD  Unemployment Rate 
  1.30pm  USD  Core Retail Sales m/m 
  1.30pm  USD  Retail Sales m/m 
  3.30pm  GAS  US Natural Gas Inventories 
       
Fri 17-Sep  7.00am  GBP  Retail sales m/m